Voor de meeste fotografen is een systeemcamera met een 100-400mm of 100-500mm zoomlens de beste keuze. Meer gevorderde en professionele fotografen kiezen vaak voor een full-frame camera met een 400mm, 500mm of 600mm telelens. Reis je licht of ben je beginner, dan is een bridgecamera zoals de Sony RX10 V een uitstekend alternatief.
Een safari in Afrika is voor veel fotografen een droom die uitkomt. Je gaat zoveel mooie momenten beleven: momenten die je nooit meer vergeet en natuurlijk zo mooi mogelijk wilt vastleggen. Al snel rijst dan de vraag: welke camera en lenzen heb je eigenlijk nodig voor een safari?
Ik heb de afgelopen 20 jaar tientallen safari’s begeleid en honderden uren vanuit een safari auto gefotografeerd. Graag gebruik ik deze ervaring om jou te helpen de beste keuze te maken voor de aanschaf van een goede camera. Je hebt echt niet de duurste camera of de langste lens nodig om indrukwekkende wildlifefoto’s te maken. Natuurlijk helpt goede apparatuur, maar uiteindelijk maken licht, timing, compositie en geduld veel meer verschil. Een fotograaf die zijn camera door en door kent, zal vaak betere foto’s maken dan iemand met de nieuwste apparatuur die nog zoekende is naar de juiste instellingen.
In dit artikel leg ik uit welke uitrusting ik aanbeveel voor een safari in Afrika en waar je écht op moet letten.

Welke camera is geschikt voor een safari?
Vrijwel iedere moderne systeemcamera of spiegelreflexcamera is tegenwoordig uitstekend geschikt voor een safari. De technische verschillen tussen de grote merken zijn de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. Of je nu fotografeert met Canon, Nikon, Sony, Fujifilm, OM System of Panasonic, met allemaal kun je fantastische wildlifefoto’s maken.
Waar je camera wel aan moet voldoen, is een aantal praktische eigenschappen:
- een snelle en betrouwbare autofocus;
- goede prestaties bij hogere ISO-waarden;
- voldoende snelheid om actie vast te leggen;
- de mogelijkheid om in RAW te fotograferen.
Dit is belangrijk, omdat wildlife zich niet laat regisseren. Een luipaard springt niet nog een keer uit een boom omdat jij je instellingen nog niet klaar had staan. Juist daarom is een camera die snel reageert en een fotograaf die zijn apparatuur goed kent veel belangrijker dan een paar extra megapixels.
Mijn belangrijkste advies is dan ook altijd hetzelfde: koop niet per se de nieuwste camera, maar leer de camera die je hebt volledig beheersen.

Welke lens heb je nodig op safari?
Als er één onderdeel van je uitrusting écht belangrijk is tijdens een safari, dan is het de telelens.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, staan dieren lang niet altijd vlak naast de auto. Zeker vogels, roofdieren of schuwe antilopen bevinden zich vaak op grotere afstand. Een telelens geeft je de mogelijkheid om deze dieren beeldvullend vast te leggen zonder ze te verstoren.
Voor de meeste safari’s raad ik een zoomlens aan met een bereik tussen de 100 en 600 millimeter.
Veelgebruikte objectieven zijn bijvoorbeeld:
- 100-400 mm
- 100-500 mm
- 150-600 mm
Een zoomlens heeft tijdens een safari grote voordelen. Dieren bewegen voortdurend en ook de afstand verandert continu. Een olifant die eerst op honderd meter afstand staat, kan tien minuten later vlak langs de auto lopen. Met een zoomlens pas je je compositie binnen een seconde aan, zonder van objectief te hoeven wisselen.
Daarnaast is een 70-200 f/2.8 een fantastische safari lens. Juist voor de momenten met minder licht, of de dieren die zich dichterbij je safariauto bevinden, is dit een ideale optie. Ook voor fotografie van bijvoorbeeld gorilla’s en chimpansees in het dichte regenwoud is dit een geweldige lens.

Is een 600 mm lens noodzakelijk?
Nee. Dit is misschien wel de meest gestelde vraag die ik krijg.
Veel fotografen denken dat hoe langer de lens is, hoe beter de foto’s worden. In de praktijk blijkt dat vaak anders te zijn. Tijdens een safari komen veel dieren verrassend dichtbij. Olifanten, giraffen, zebra’s en buffels lopen regelmatig op slechts enkele meters langs het voertuig. Zelfs leeuwen kunnen soms zo dichtbij liggen dat je met een 600 mm-lens alleen nog een oog of een stukje kop in beeld krijgt.
Daarnaast is het weergeven van dieren in hun natuurlijke omgeving vaak mooier dan het vastleggen van alleen het dier. Het geeft dus vaak niets als je iets aan zoom te kort komt. Ook is de lucht boven de savannes van bijvoorbeeld Tanzania vaak in beweging door de warmte. Door deze trillingen is het onmogelijk om dieren die wat verder weg liggen scherp te fotograferen. Hier komt een goede gids om de hoek kijken. Deze safari gids of fotografie gids zorgt ervoor dat je op de juiste afstand van het dier kunt komen, zodat je de foto kunt maken die je voor ogen hebt. Uiteraard moet dit altijd op een respectabele afstand zijn, zodat je de dieren op geen enkele manier stoort.
Een bereik tot ongeveer 400 of 500 millimeter is voor de meeste fotografen dus meer dan voldoende. Alleen wanneer je veel vogels of kleine dieren wilt fotograferen, is extra bereik prettig. Laat je dus niet verleiden door het idee dat langer automatisch beter is. Uiteindelijk gaat het om het verhaal dat je vertelt, niet om hoe dicht je kunt inzoomen.

Vergeet de groothoek niet
Veel fotografen vertrekken naar Afrika met één doel: wildlife fotograferen. Toch is het zonde als je thuiskomt met honderden close-ups van dieren, maar nauwelijks foto’s hebt die de sfeer van de reis laten zien.
Afrika is zoveel meer dan alleen wildlife.
Denk aan uitgestrekte landschappen, de eerste zonnestralen boven de savanne, imposante baobabbomen, sfeervolle safarikampen en indrukwekkende luchten na een tropische bui. Juist deze beelden zorgen ervoor dat je fotoreportage compleet wordt.
Daarom neem ik zelf altijd ook een groothoek- of standaardzoomlens mee, bijvoorbeeld een:
- 16-35 mm f/4
- 24-70 mm f/2.8
- Ook de 24-105 mm f/4 is een heel fijne safari lens
Vaak zijn het juist deze foto’s die je jaren later weer terugbrengen naar de sfeer van de reis.

Wat is het voordeel van een prime lens ten opzichte van een zoomlens op safari?
Prime lenzen, ook wel vaste brandpuntslenzen genoemd, staan bekend om hun uitstekende beeldkwaliteit, hoge lichtsterkte en mooie achtergrondonscherpte. Toch is een prime lens tijdens een safari lang niet altijd de beste keuze.
Het grootste voordeel van een prime lens is de beeldkwaliteit. Doordat de lens is ontworpen voor één vaste brandpuntsafstand, is hij vaak iets scherper dan een vergelijkbare zoomlens. Daarnaast hebben veel prime lenzen een groot maximaal diafragma, zoals f/2.8 of f/4. Hierdoor kun je beter fotograferen bij weinig licht en creëer je een prachtige, zachte onscherpe achtergrond waardoor dieren nog beter loskomen van hun omgeving.
Toch kies ik tijdens een safari bijna altijd voor een zoomlens. Wildlife laat zich namelijk niet regisseren. Een leeuw die op honderd meter afstand ligt, kan vijf minuten later vlak naast de auto lopen. Een olifant die achter een boom staat, steekt ineens de weg over. Op zulke momenten is het enorm waardevol dat je direct kunt in- of uitzoomen zonder van lens te hoeven wisselen of je compositie te verliezen.
Een ander praktisch voordeel is dat je met een zoomlens veel minder vaak van objectief hoeft te wisselen. In de stoffige omstandigheden van een safari verklein je daarmee de kans dat stof op je camerasensor terechtkomt.
Dat betekent niet dat prime lenzen geen plaats hebben op safari. Professionele fotografen gebruiken bijvoorbeeld regelmatig een 400mm f/2.8, 500mm f/4 of 600mm f/4 vanwege de ongeëvenaarde beeldkwaliteit en prestaties bij weinig licht. Daar staat tegenover dat deze lenzen groot, zwaar en kostbaar zijn, waardoor ze voor de meeste fotografen minder praktisch of onbetaalbaar zijn. Voor de meeste safari’s raad ik dus een zoomlens aan, zoals een 100-400 mm, 100-500 mm of 200-600 mm. Daarmee ben je voorbereid op vrijwel iedere situatie, van een nieuwsgierige olifant naast de auto tot een luipaard hoog in een boom.
Fotografeer je professioneel, of wil je het maximale uit beeldkwaliteit en achtergrondonscherpte halen, dan kan een lichtsterke prime lens een uitstekende keuze zijn. Voor de meeste fotografen wegen de flexibiliteit, prijs en het gebruiksgemak van een goede zoomlens echter zwaarder dan het kwaliteitsverschil.
Kort samengevat:
| Prime lens | Zoomlens |
|---|---|
| Maximale beeldkwaliteit | Maximale flexibiliteit |
| Grote lichtsterkte (f/2.8 of f/4) | Snel inspelen op wisselende afstanden |
| Mooie achtergrondonscherpte | Minder vaak van lens wisselen |
| Ideaal voor professionals | Ideaal voor vrijwel iedere safari |
| Zwaar en kostbaar | Veel veelzijdiger in het veld |

Eén camera of twee?
Heb je de mogelijkheid om met twee camera’s te reizen, dan heeft dat absoluut voordelen.
Je kunt bijvoorbeeld één camera voorzien van een telezoomlens (of prime lens ;) en de andere van een groothoek- of standaardzoom. Hierdoor hoef je nauwelijks van lens te wisselen en voorkom je dat stof op je sensor terechtkomt. Bovendien ben je altijd voorbereid op onverwachte situaties.
Stel je voor dat je net een vogel fotografeert met een telelens. Terwijl je bezig bent, verschijnt er achter je een prachtige olifant die op 5 meter afstand uit de bosjes loopt. Met twee camera’s pak je simpelweg de andere camera en leg je ook dat moment vast.
Heb je slechts één camera? Geen enkel probleem. Dan is een veelzijdige zoomlens vaak de meest praktische keuze.
Welke accessoires neem je mee op safari?
Goede fotografie draait niet alleen om camera en lenzen. Ook een aantal accessoires maken je leven tijdens een safari een stuk gemakkelijker.
Ik neem zelf altijd mee:
- meerdere accu’s (ik heb er 5 in mijn tas zitten);
- voldoende geheugenkaarten. Ik gebruik zelf de CF-kaarten, omdat deze betrouwbaar en super snel zijn;
- een blower om stof van camera en lens te verwijderen;
- een microvezeldoek voor de frontlens;
- een setje met sensor swaps om eventuele vlekken op mijn sensor te kunnen reinigen;
- een stevige cameratas.
Een statief laat ik meestal thuis. Tijdens gamedrives is daar simpelweg weinig ruimte voor. Veel praktischer is een beanbag (rijstzak) die je op de rand van het safarivoertuig legt. Daarmee creëer je een stabiele ondersteuning zonder bewegingsvrijheid te verliezen.

Heb je professionele apparatuur nodig voor safarifotografie?
Het korte antwoord is: nee.
Tijdens mijn fotoreizen zie ik deelnemers met de meest uiteenlopende camera’s. Van enthousiaste beginners met een instapcamera tot professionele fotografen met de nieuwste apparatuur. En weet je wat me telkens weer opvalt? Dat de mooiste foto’s lang niet altijd worden gemaakt met de duurste camera.
De beste beelden ontstaan wanneer techniek en creativiteit samenkomen. Wanneer je begrijpt hoe dieren zich gedragen. Wanneer je geduldig wacht op het juiste moment. Wanneer je ziet hoe de zon langzaam achter een kudde olifanten zakt en het stof goud laat oplichten. Dat zijn de momenten die een foto bijzonder maken. Niet het prijskaartje van de camera.
Mijn advies voor de perfecte safari camera
Als ik één uitrusting zou mogen adviseren voor een safari in Afrika, dan zou ik kiezen voor:
- een moderne systeemcamera of spiegelreflexcamera;
- een telelens van tussen de 100-600 mm;
- een groothoek- of standaardzoom voor landschappen, sfeerbeelden en dieren die dichtbij staan;
- voldoende accu’s, geheugenkaarten en een beanbag.
Maar boven alles geldt één advies dat ik iedere deelnemer aan mijn fotoreizen meegeef: leer je camera kennen voordat je vertrekt. Oefen met de autofocus, weet waar belangrijke instellingen zitten en zorg dat je camera een verlengstuk van jezelf wordt. Dit kan onder andere door een leuke fotocursus te volgen, zoals mijn basiscursus fotografie in Ouwehands Dierenpark of in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Want zodra die cheetah ineens begint te jagen, of een kudde olifanten door een wolk van rood stof in het warme tegenlicht trekt, wil je niet bezig zijn met je camera. Dan wil je volledig opgaan in het moment. En precies dat is waar de mooiste natuurfoto’s ontstaan.
Ik wens je in ieder geval veel plezier op safari!!





