Het noorderlicht fotograferen is iets bijzonders. Je staat daar in de stilte van de nacht, de kou prikt in je wangen (en je vingers… auw), en ineens begint de hemel te bewegen…
Wie het noorderlicht ooit met eigen ogen heeft gezien, weet dat woorden eigenlijk tekortschieten. Het is alsof de hemel langzaam tot leven komt. Eerst zie je een zachte, melkachtige waas. Dan begint er iets te bewegen, bijna onmerkbaar. En ineens hangt er een sierlijke groene boog boven je hoofd, bewegend alsof hij danst op onhoorbare muziek. Soms breekt het uit in een vurig spektakel dat door de hemel schiet. Soms blijft het bij een subtiele gloed die de sneeuw in een mysterieus licht hult.

Zacht noorderlicht in Zweeds lapland boven magisch winterbos
Wat ik misschien nog wel het meest bijzonder vind, is de stilte. De meeste spectaculaire natuurfenomenen maken heel veel lawaai: onweer, een bulderende waterval, een uitbarstende vulkaan… maar het noorderlicht is stil… heel stil, terwijl de lucht echt in vuur en vlam kan staan. De mooiste lichtshow die je kunt voorstellen.
Die magie wil je natuurlijk zo goed mogelijk vastleggen. En gelukkig hoeft dat helemaal niet ingewikkeld te zijn, zolang je weet waar je op moet letten. In deze tutorial neem ik je stap voor stap mee door mijn werkwijze, precies zoals ik die op mijn fotoreizen naar Zweeds lapland uitleg.
Bekijk de fotoreis ‘Noorderlicht van Zweeds Lapland’
1. Hoe ontstaat het noorderlicht?
Eeuwenlang zochten mensen verklaringen voor deze mysterieuze lichten. Prachtige volksverhalen uit Lapland vertelden dat het licht werd veroorzaakt door vossen die hun staart tegen de sneeuw zwiepten, waardoor vonken de lucht in schoten. De Sami geloofden dat het noorderlicht iets slechts was: het kwam de geest van overleden personen meenemen. Inuit-volkeren zagen het als een spel van voorouderlijke geesten. En eerlijk: als je onder zo’n dansende lucht staat, passen die mythes er gewoon bij.
Toch begint het verhaal van het noorderlicht op een andere plek: bij de zon. Op de zon vinden continue explosies plaats, waarbij kleine geladen deeltjes de ruimte in worden geslingerd. Soms rustig, soms met enorme uitbarstingen. Wanneer deze deeltjes de aarde bereiken, worden ze gevangen door ons magnetische veld. Dat veld leidt de deeltjes naar de noord- en zuidpool, waar ze de atmosfeer binnenkomen en in botsing komen met zuurstof-en stikstofatomen. Bij die botsingen ontstaat licht: het aurora-licht dat wij vanaf de aarde zien als noorderlicht. Wetenschappelijk volkomen logisch, maar zodra je eronder staat, voelt het als magie. En die magie gaan we vangen met onze camera!

Spectaculair noorderlicht boven de Lodge van de fotoreis in Zweeds lapland
2. Welke apparatuur heb je nodig om het noorderlicht te fotograferen?
Je hoeft geen dure apparatuur te hebben om mooie noorderlichtfoto’s te maken. Belangrijk is vooral dat je weet hoe je met je camera omgaat, en dat je goed voorbereid gaat fotograferen. Als je dit pas op het ‘moment suprème’ doet, wordt het een stressvolle ervaring. En dat wil je niet! Zorg ervoor dat je dit in ieder geval bij je hebt:
Een camera hebt die je handmatig kunt instellen
Elke spiegelreflex of systeemcamera werkt. Zelfs sommige compactcamera’s, mits je maar handmatig de sluitertijd, diafragma en iso-waarde in kunt stellen. Wil je advies over je eerste camera? Kijk dan eens op deze pagina.
Een groothoeklens
Hoe wijder, hoe beter. Denk aan 10mm, 14mm, 16mm, 20mm of 24mm. Waarom? Omdat je niet alleen het noorderlicht wilt vastleggen, maar het hele landschap eronder. Er is echter wel een maar… door een grote hoek te gebruiken, wordt je voorgrond heel klein. Op je foto verdwijnt je landschap dan zelfs bijna helemaal. Dit hoeft niet erg te zijn, maar wees je er wel van bewust. Ik kom daar later in dit artikel nog op terug, maar de voorgrond en omgeving zorgen voor de magie in je foto. Zorg ervoor dat de omgeving dus goed zichtbaar is, zonder teveel van de lucht te verliezen. Vaak is 24mm op een full-frame camera, of 16mm op een crop-sensor camera ideaal. Maar nogmaals, dat hangt volledig af van de omgeving en de soort foto die je wilt maken.
Een lichtsterke lens
Een klein f-getal (bijvoorbeeld f/1.8, f/2.0 of f/2.8) helpt enorm. Hoe lager het f-getal, hoe meer licht er de camera in kan komen en hoe lager je iso-waarde kan blijven. Dit zorgt weer voor minder ruis in je foto. Maar dit is niet kritiek. In de lucht zit relatief weinig detail, waardoor je met ruisreductie in je nabewerking de ruis makkelijk weg kunt poetsen. Echter, als je het geluk hebt om spectaculair bewegend noorderlicht te zien, dan is het juist de uitdaging om de details van het noorderlicht vast te leggen. Hier helpt een lichtsterke lens wel echt bij, omdat je daardoor dus minder last van iso-ruis hebt.
Een stevig statief
Absoluut noodzakelijk. Zonder statief geen scherpe nachtfoto’s.
Een afstandsbediening of 2-seconden timer
Zo voorkom je trillingen.
Eventueel een hoofdlampje met rode stand
Rood licht is minder fel en helpt je nachtzicht behouden.
Smartphone
Zelfs een smartphone kan het noorderlicht fotograferen. Houdt deze dus bij de hand!

Noorderlicht in de besneeuwde bossen heeft iets extra magisch!
3. De eerste stap: juiste lens & basisinstellingen
Zodra je buiten staat, is het fijn als je camera al grotendeels klaar is. Zet je camera in de M-stand. Als je nog niet helemaal comfortabel bent met handmatig fotograferen, werkt de Tv/S-stand ook prima: jij kiest de sluitertijd, de camera kiest automatisch het grootste diafragma.
Qua lens gebruik je dus het liefste een lens met een grotere hoek, om zowel de lucht als de voorgrond op de foto te kunnen krijgen. Gebruik daarnaast altijd het kleinste f-getal waar je lens over beschikt.
4. De camera instellingen voor het noorderlicht voor alle fases
Het noorderlicht verandert continu. Het is geen “set and forget” onderwerp. Door te begrijpen wat er gebeurt, pas je je instellingen vanzelf aan. Hieronder vind je de vuistregels die ik zelf in het veld gebruik en de beste noorderlicht camera instellingen. Let op: dit zijn uitgangswaardes. Deze zijn namelijk volledig afhankelijk van de lens die je gebruikt (wat is het kleinste f-getal?) en van de omgeving waar je fotografeert (staat er bijvoorbeeld een maan, of kijk je uit over een stad). Maar stel je camera om te beginnen in op de waardes zoals hieronder beschreven en maak een testfoto. Je ziet dan pas het resultaat. Pas de instellingen aan waar nodig.
Fase 1: het zachte begin (melkachtig, nauwelijks zichtbaar)
Je ziet een lichte waas, alsof er een wolk oplicht.
- Diafragma: open (zo klein mogelijk f-getal)
- Sluitertijd: 10 seconden
- ISO: 3200
Deze langere sluitertijd helpt dat subtiele licht op te pakken. Omdat er nog geen beweging in het noorderlicht zit, geeft het niet dat je sluitertijd lang is. Je zult zien dat de witte waas op je foto al mooi groen kleurt!

Met het blote oog is dit nauwelijks te zien, maar het is vaak wel een voorbode voor meer activiteit! Zet je camera dus klaar!
Fase 2: feller, groener, maar nog steeds rustig
Het noorderlicht wordt nu herkenbaar groen, maar beweegt nog niet echt.
- Diafragma: open (zo klein mogelijk f-getal)
- Sluitertijd: 5 seconden
- ISO: 1600 – 3200
De lucht krijgt kleur, je foto’s worden al spannender. Je kunt eventueel ook je iso-waarde verlagen in plaats van je sluitertijd, waardoor je wat minder ruis in je foto’s krijgt. Nadeel is wel dat het noorderlicht nu vaak opeens sneller kan gaan bewegen. Je hebt dan meer handelingen te verrichten!

In deze fase zie je het noorderlicht al als groen met het blote oog
Fase 3: er komt beweging in het licht
Het begint te dansen en het breekt open. Er ontstaan verschillende banen, die kunnen golven.
- Diafragma: open (zo klein mogelijk f-getal)
- Sluitertijd: 1 – 5 seconden
- ISO: 800 – 3200
Hoe sneller het licht beweegt, hoe korter je sluitertijd moet zijn. Pas hier je iso op aan om de juiste hoeveelheid licht te blijven vangen.

Fase 4: de echte show! Dansende groene en paarse gordijnen, lamellen en pilaren
Dit is het moment waarop iedereen stil wordt :) Je gaat scherpe lijnen, hoeken, pilaren, gordijnen en lamellen in de lucht zien. En waarschijnlijk schieten deze figuren van links naar rechts door de lucht! Spectaculair!
- Diafragma: open (zo klein mogelijk f-getal)
- Sluitertijd: 0.5 – 2 seconden
- ISO: 1600 – 3200
Je probeert nu details in de beweging te behouden zonder overbelichting. Hierbij is je sluitertijd cruciaal. Zorg er dus voor dat je door een korte sluitertijd de beweging van het noorderlicht scherp op de foto krijgt. Je iso-waarde regelt hierbij de juiste belichting. Omdat de sluiter kort openstaat en je nog steeds midden in de nacht fotografeert, zal je iso dus relatief hoog blijven.
Controleer je foto’s tijdens het fotograferen regelmatig en wees echt kritisch. Is je sluitertijd kort genoeg om de beweging scherp te krijgen? Zie je dat de pilaren en gordijnen toch nog in elkaar overlopen, verkort dan je sluitertijd en pas je iso daar vervolgens op aan om de juiste belichting te krijgen. Dit is eigenlijk het spelletje dat je continue speelt.

Let op je belichting!
Als het noorderlicht actiever wordt, wordt het eigenlijk ook altijd feller. Hierdoor bestaat de kans dat je de prachtige kleuren van het noorderlicht op je foto verliest. Het licht wordt dan wit… zonde! Je histogram kan hier een handig hulpmiddel bij zijn. Gebruik dit dus tijdens het fotograferen.
5. Scherpstellen in het donker: zo doe je dat
Scherpstellen blijft één van de grootste uitdagingen. In het donker ziet je camera weinig contrast waardoor automatisch scherpstellen eigenlijk geen optie is. Daarnaast wil je camera na iedere foto opnieuw scherpstellen. Heel onhandig in het donker! Maar er zijn twee technieken die vrijwel altijd werken.
- Methode 1: Scherpstellen op de voorgrond
- Zoek bomen of een object in je voorgrond, niet dichterbij dan 10 meter.
- Schijn er even met een zaklamp op.
- Gebruik autofocus om scherp te stellen.
- Zet daarna je lens op MF zodat de camera niet opnieuw gaat zoeken maar scherpte. Zorg ervoor dat je niet meer aan de scherpstelling zit.
- Gebruikte Back Button Focus? Dan hoef je de camera niet op MF te zetten.
Deze methode geeft een fijne balans: zowel de voorgrond als de sterren worden scherp genoeg. Let er wel op dat je voorgrond niet te dichtbij is. Dat zorgt er namelijk voor dat de sterren onscherp zullen worden.
- Methode 2: Handmatig scherpstellen op de sterren
Perfect voor open landschappen waar geen voorgrond te vinden is, of waarbij de voorgrond ver weg is (zoals bijvoorbeeld over een bevroren meer).
- Zet de lens op MF.
- Gebruik Live View en zoom digitaal 10x in op een heldere ster (bij een systeemcamera hoef je Live View niet in te schakelen).
- Draai tot de ster zo klein mogelijk wordt: dat betekent scherp.
Als het eenmaal goed staat, laat het dan staan. Raak de focusring niet meer aan.
6. De kleine dingen die het verschil maken
- Gebruik een 2-seconden timer of afstandsbediening om trillingen te voorkomen.
- Zet de beeldstabilisatie van je lens uit als je met een statief werkt.
- Kies een vaste witbalans, zoals Daglicht of een handmatige Kelvin temperatuur, bijvoorbeeld 3500K. Noorderlicht komt dan natuurlijker uit. Bij de Kelvin waarde zal je noorderlicht wat blauwer en daardoor kouder aanvoelen. Dit past misschien beter bij de koude omstandigheden waar je in aan het fotograferen bent!
- Vergeet niet om af en toe even te ademen en te genieten :) Dit is namelijk de natuur op haar allermooist.
7. Bereid binnen alles al voor
Een van de grootste valkuilen: te laat beginnen met instellen. Het noorderlicht kan zomaar uit het niets verschijnen en net zo snel weer verdwijnen.
Daarom stel je binnen al je instellingen in. Stel alvast scherp en zet je lens op MF. Check je statief, timer en kaartje. Zorg er ook voor dat je batterij goed vol is en dat je een reserve batterij in je broekzak hebt zitten. Zo blijft deze lekker warm. Test ook vooraf even of je bediening van je camera met handschoenen aa lukt. Wanneer je dan buiten bent en de lucht ineens in vuur en vlam staat, ben jij er klaar voor. Of wacht rustig binnen af totdat je het licht ziet verschijnen. Vergeet dan niet je jas aan te trekken als je in aller haast naar buiten rent :)
8. Denk in verhalen: neem altijd het landschap mee
De lucht is mooi, maar het verhaal zit bijna altijd in de voorgrond. Een rij berijpte bomen, een bevroren meer dat het licht weerspiegelt, een silhouet van iemand die naar boven kijkt… dát is waar de foto begint te leven. Het noorderlicht is puur het frame, maar je voorgrond is het verhaal!

Net een kerstkaart: het licht, het noorderlicht en de omgeving maken het een sprookjesachtig tafereel.
Veel plezier!
Het noorderlicht is één van de mooiste ervaringen die je als fotograaf kunt hebben. Met deze stappen kun je elk type aurora vastleggen, of die nu zacht en subtiel is of wild en dansend. Experimenteer, speel met instellingen, en vergeet niet om vooral ook te genieten van het moment zelf.
Groetjes,
Krijn





